Behangtips

Een muurtje behangen lijkt moeilijk maar dat valt best wel mee. Met onze instructies krijg je een mooi eindresultaat!

Een goede ondergrond is belangrijk voor een mooi eindresultaat. Repareer scheuren en beschadigingen in de wand met muurvuller, zodat kleine oneffenheden verdwijnen en de wand egaal is. Schuur na het drogen de muurvuller goed glad. Bij behangdesigns met lichte kleuren kunnen kleurenverschillen op de ondergrond doorschijnen. We raden je aan dat je deze eerst weghaalt.  

Is de muur net gestuct? Breng dan eerst een voorstrijkmiddel aan.

Maak de muur stofvrij met een handveger.

De behanglijm breng je met een grote kwast of vachtroller gelijkmatig op de muur aan. Net iets meer als de breedte van een baan.

Breng de eerste baan loodrecht aan (zet bijvoorbeeld een paar kleine streepjes met behulp van een waterpas). Let op dat je zowel in de hoogte en de breedte wat marge houdt. Strijk vervolgens de baan voorzichtig glad met een behangspatel. 

Plaats de volgende banen er op dezelfde manier stotend tegenaan.

Werk altijd van het raam af, dan vallen de behangnaden straks het minste op.

Verwijder eventuele lijmvlekken op het behang met een vochtige doek of spons. Veeg met de behangspatel de grotere luchtbellen zoveel mogelijk weg.

Snij overtollig behang weg met een goed scherp stanleymes of afbreek hobbymes en behangliniaal/spatel. Vervang het mesje na 2/3 banen snijden. En houdt het mes op circa 30 graden t.o.v. de muur.

Moet je behangen rondom een vensterbank of radiator, plak de baan er dan eerst in zijn geheel overheen en snijd hem daarna stukje voor stukje langs het kozijn af. Probeer niet in één keer de hele baan op maat te snijden.